weven

/ˈwevə(n)/

Wat is de betekenis van weven?

weven betekent: (ov) (kleding) (textiel) een weefsel vervaardigen door lengte- en dwarsdraden in elkaar rechthoekig te vlechten

Betekenis

werkwoord
  1. ov, kleding (ov) (kleding) (textiel) een weefsel vervaardigen door lengte- en dwarsdraden in elkaar rechthoekig te vlechten
  2. schrijfwijze voor weiven ‘heen en weer bewegen, zwaaien’

Betekenis en uitleg van weven

Weven is het proces waarbij garen of draad op een specifieke manier met elkaar wordt verbonden om een stof of textiel te creëren. Het is een ambacht dat zowel creatief als technisch is, en dat door de eeuwen heen is toegepast in verschillende culturen.

Het woord 'weven' wordt vaak gebruikt in de context van textielproductie, maar kan ook figuurlijk worden toegepast, bijvoorbeeld wanneer we spreken over het samenbrengen van verschillende elementen in een verhaal of project. In de kunst van het weven speelt de keuze van kleuren en patronen een belangrijke rol, wat het een zeer persoonlijke en expressieve bezigheid maakt. Daarnaast kan het woord ook verwijzen naar het proces van verbinding maken tussen ideeën of mensen.

Voorbeelden

  • De oude vrouw zat in de schaduw van de boom en weefde een prachtig tapijt met kleurrijke patronen.
  • Tijdens de vergadering was het belangrijk om de verschillende ideeën te weven tot een samenhangend plan.
  • In de workshop leerde ik niet alleen de basisprincipes van het weven, maar ook hoe ik mijn creativiteit kon uiten door middel van textiel.

Woordoorsprong

Het woord 'weven' komt van het Oudnederlands 'weven', dat verwant is aan het Duitse 'weben' en het Engelse 'weave'.

Veelgestelde vragen over weven

Wat is de betekenis van weven?

weven betekent: (ov) (kleding) (textiel) een weefsel vervaardigen door lengte- en dwarsdraden in elkaar rechthoekig te vlechten

Hoeveel betekenissen heeft weven?

weven heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Etymologie

*[1] (erfwoord): Middelnederlands wēven (sterk klasse 5), ontwikkeld uit Oergermaans *weban-, bij Indo-Europees *u̯ebʰ- ‘weven, vlechten’, waartoe ook behoren Tochaars A wäp- ~ B wāp- ‘weven’, Albanees vej ‘ik weef’, Oudgrieks hyphaínein ‘weven’ en Perzisch bāftan ‘weven’. Evenals Nederduits weven, Duits weben en Fries weve, weevje.

Vertalingen

Engelsweave
Franstisser
Duitsweben
Spaanstejer
Italiaanstessere
Poolstkać
Zweedsväva