wielrijder

mannelijk (de)/ˈwilrɛidər/

Wat is de betekenis van wielrijder?

wielrijder betekent: (persoon) iemand die fietst

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon (persoon) iemand die fietst

Voorbeelden van "wielrijder" in een zin

  • Toen CH Bingham in 1884, één jaar na de oprichting van de ANWB, de eerste fietskaart tekende was dat naar ieders overtuiging een doelmatige kaart: ze vertoonde alleen die wegen waarop een wielrijder niet in de modder bleef steken.

Veelgestelde vragen over wielrijder

Wat is de betekenis van wielrijder?

wielrijder betekent: (persoon) iemand die fietst

Welk woordgeslacht heeft wielrijder?

wielrijder is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van wielrijder?

Synoniemen van wielrijder zijn: fietser, wielrenner.

Hoe gebruik je wielrijder in een zin?

Voorbeeld: “Toen CH Bingham in 1884, één jaar na de oprichting van de ANWB, de eerste fietskaart tekende was dat naar ieders overtuiging een doelmatige kaart: ze vertoonde alleen die wegen waarop een wielrijder niet in de modder bleef steken.

Etymologie

*, in de betekenis van ‘fietser’ in 1869 gevormd door de 19e-eeuwse Nederlandse letterkundige Alfred Buijs naar het voorbeeld van een woord als paardrijder, op te vatten als afgeleid van "wielrijden"

Vertalingen

Engelscyclist