wijnbes
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈwɛimbɛs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (fruit) soort struik met vruchten die veel op bramen lijkenDe bewoners kijken met bewondering hoe de stevige poldervrouw die ze niet of nauwelijks kennen, onvermoeibaar in de weer is. Ze plant er allerhande struiken zoals wijnbessen en wilde (on)kruiden. „Zelfs bij droog weer brengt ze water om te zorgen dat haar aanplant niet verdroogt”, zegt een ouder echtpaar.De Telegraaf R. Steenhorst 15 januari 2018 [https://www.telegraaf.nl/vrij/1541304/ze-bestaan-nog Ze bestaan nog]Mispels horen tot de grote rozenfamilie Rosacea, die over de hele wereld zo'n drieduizend vijfhonderd soorten telt. Ook appelen, peer, pruim, kers, abrikoos, perzik, aardbei en framboos zijn lid van dezelfde familie. Het zijn allemaal vruchten met een economische betekenis. De mispel behoort net zoals de kweepeer, de Japanse wijnbes, de loganbes en de succesvollere rozenbottel tot de ‘verarmde’ tak van de familie, waarvoor de belangstelling maar gering is.De Standaard 12 november 2005 [http://www.standaard.be/cnt/gihk4rfu Zo rijp als een mispel]
Etymologie
*; naast Middelnederlands wijnbēre ‘druif’, waaruit gewestelijk wijnbeer en Limburgs wiemer, beide ‘aalbes’. Evenals Duits Weinbeere ‘(vero.) druif; (dial.) rozijn’, Zweeds vinbär ‘aalbes’ en IJslands vínber ‘druif’.
Vertalingen
Engelswineberry, Japanese wineberry
Fransframboisier du Japon
Duitsjapanische Weinbeere, rotborstige Himbeere
Spaansuva del Japón
Italiaansuva giapponese
Zweedsvinhallon
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek