Wijngaard

mannelijk (de)/ˈwɛiŋɣart/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een met druivenplanten, ook wel druivenstokken of wingerds genoemd, door wijnboeren in cultuur gebracht stuk landbouwgrond ten behoeve van wijnbouw.

Etymologie

* In de betekenis van ‘plaats voor druiventeelt’ voor het eerst aangetroffen in 1100