win

/ʋɪn/

Wat is de betekenis van win?

win betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van winnen

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van winnen
  2. gebiedende wijs van winnen
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van winnen

Voorbeelden van "win" in een zin

  • Ik win.
  • Win!
  • Win je?