win
/ʋɪn/
Wat is de betekenis van win?
win betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van winnen
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van winnen
- gebiedende wijs van winnen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van winnen
Voorbeelden van "win" in een zin
- Ik win.
- Win!
- Win je?
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek