windbuks

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een geweer waarbij de kogel door expansie van een gecomprimeerd gas naar buiten wordt geduwd
    Een 47-jarige man heeft woensdagmiddag vanuit zijn huis in Melick (Limburg) met vermoedelijk een windbuks geschoten op voorbijgangers. Drie mensen werden getroffen en raakten lichtgewond, maakte de politie bekend. Twee gewonden zijn ter controle naar het ziekenhuis gebracht.de Telegraaf 26 jun. 2013
    Een 32-jarige uitbaatster van een café in Roermond is woensdag opgepakt omdat het personeel van de zaak stroomstootwapens binnen handbereik had. De politie vond drie van zulke wapens. In de kelder bleek ook nog een windbuks te liggen.de Telegraaf 07 feb. 2013

Vertalingen

Engelsair gun, air rifle, airgun