wintergraan
onzijdig (het)
Wat is de betekenis van wintergraan?
wintergraan betekent: graan dat men in de late zomer of herfst zaait en de winter kan doorstaan
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- graan dat men in de late zomer of herfst zaait en de winter kan doorstaan
Voorbeelden van "wintergraan" in een zin
- De winter zat al in de lucht, 's ochtends vroeg was de door de herfstregens doorweekte grond bevroren, het gras werd viltig en stak heldergroen af tegen de stroken van het door het vee platgetrapte bruine wintergraan, tegen de lichtgele stoppels van het zomergraan en de rode stroken boekweit.
- Boeren in Duitsland denken dat de vorst onherstelbare schade toebrengt aan gewassen als wintergraan, wintergerst en koolzaad.
Veelgestelde vragen over wintergraan
Wat is de betekenis van wintergraan?
wintergraan betekent: graan dat men in de late zomer of herfst zaait en de winter kan doorstaan
Welk woordgeslacht heeft wintergraan?
wintergraan is een onzijdig (het).
Wat zijn synoniemen van wintergraan?
Synoniemen van wintergraan zijn: winterkoren, wintertarwe.
Hoe gebruik je wintergraan in een zin?
Voorbeeld: “De winter zat al in de lucht, 's ochtends vroeg was de door de herfstregens doorweekte grond bevroren, het gras werd viltig en stak heldergroen af tegen de stroken van het door het vee platgetrapte bruine wintergraan, tegen de lichtgele stoppels van het zomergraan en de rode stroken boekweit.”
Vertalingen
Engelswinter grain, winter corn
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek