Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
winterhoutzwam
mannelijk/vrouwelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (steeltjeszwammen) een winterpaddenstoel uit de familie die van november tot april kan worden aangetroffen op dode takken en stronken van loofbomen. De scherp gerande en wat ingekerfde hoed van deze eenjarige vlak trechtervormige gesteelde gaatjeszwam is oker- tot donkerbruin. Het oppervlak is mat tot fijn viltig
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek