winterkleed

onzijdig (het)/ˈwɪntərˌklet/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. laag witte sneeuw die in de winter over het land kan liggen
  2. warme kleding die geschikt is voor het koude jaargetijde
  3. verenkleed dat een vogel aanneemt buiten het broedseizoen
    Tijdens de balts- en broedperiode zijn de vogels op hun mooist, met donkere kuif, oranje-witte kop en bruin-rode bakkebaarden. Het winterkleed, na de rui, is veel minder uitbundig.