Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
winterkosten
/ΛwΙͺntΙrΛkΙstΙ(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- uitgaven die bij de koudste deel van het jaar horenCalvin had persoonlijk op deze maatregel aangedrongen bij de Raad, omdat hem was gebleken dat sommige predikanten de grootste moeite hadden om de winterkosten te betalen.Strenge en zachte winters wisselen elkaar af. Voor winterkosten hebben de gemeenten posten op hun begroting. We zitten nu voor de situatie dat we 15 jaar geen strenge winter hebben gehad. Het zou best eens kunnen dat de gemeenten het voor de winter bestemde geld op een andere manier hebben uitgegeven.{{ouds
Etymologie
*[B] "winterkost" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek