Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
witbroekbosuil
mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (uilen) een lid van de familie van de (Strigidae). Deze soort komt voor van de Colombiaanse Andes tot Venezuela, Ecuador, Peru en Bolivia en telt 3 ondersoorten
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek