Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
witbuikspoorkoekoek
mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (koekoeksvogels) een vogel uit de familie (koekoeken). Deze soort voor in westelijk en centraal Afrika en telt drie ondersoorten
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek