Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
witwangbospatrijs
mannelijk/vrouwelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (hoendervogels) een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae). De wetenschappelijke naam van de soort is voor het eerst geldig gepubliceerd in 1850 door . De soort komt voor in het noordoosten van India en Myanmar. Op de heeft de soort de status gevoelig
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek