witwaspraktijk
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈwɪtwɑsprɑkˌtɛik/
Wat is de betekenis van witwaspraktijk?
witwaspraktijk betekent: (financieel) (juridisch) geheel van activiteiten die zijn bedoeld om onwettig verkregen geld een schijnbaar legale herkomst te geven
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (financieel) (juridisch) geheel van activiteiten die zijn bedoeld om onwettig verkregen geld een schijnbaar legale herkomst te geven
- (figuurlijk) geheel van activiteiten die zijn bedoeld om verwerpelijke acties te verhullen of aanvaardbaar te laten lijken
Voorbeelden van "witwaspraktijk" in een zin
- Y. zou jaarrekeningen van zijn horlogebedrijven hebben vervalst. Grote, contante betalingen niet hebben gemeld, terwijl dit wettelijk verplicht is. Lang niet alle transacties belandden in zijn boekhouding. (…) Als het aan de officier van justitie ligt, verdwijnt de verdachte voor 2,5 jaar in de cel voor „een jarenlange en omvangrijke witwaspraktijk met de handel in horloges”.
- Het festival is een grote witwaspraktijk voor het moordlustige regime. Ze nodigen je echt niet uit voor je grappen over de kwaliteit van vliegtuigvoedsel, ze nodigen je uit als propaganda-instrument. Zodat ze tegen critici kunnen zeggen: als we zo kwaadaardig zijn, waarom komen al die comedians waar jullie zo dol op zijn hier dan optreden?
Etymologie
*terugvorming uit "witwaspraktijken", op te vatten als
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek