wo

mannelijk (de)/ˈwunzdɑx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. afkorting, tijdrekening, dag (afkorting), (tijdrekening), (dag) woensdag, de derde dag van de werkweek, na dinsdag en vóór donderdag
    Open: di, wo, do, vr; dicht: za, zo, ma.|Geopend op dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag; gesloten op zaterdag, zondag en maandag.
zelfstandig naamwoord
  1. onderwijs (onderwijs) verzamelterm voor het onderricht dat wordt gegeven aan universiteiten en dat geacht wordt een verbinding te leggen met onderzoek waarin de kennis op een vakgebied verder ontwikkeld wordt

Etymologie

*(n): (initiaalwoord) van wetenschappelijk onderwijs