wodka

mannelijk (de)/ˈwɔtka/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. drinken (drinken) een heldere, kleurloze en nagenoeg geurloze sterkedrank, gestookt uit uiteenlopende plantaardige grondstoffen
    Een Bloody Mary is een cocktail bestaande uit wodka en tomatensap.
    De aardappelprijs is gezakt tot nagenoeg nul. Door het hele land zitten aardappelboeren met bergen piepers. En dat terwijl de prijs voor friet in de supermarkt nauwelijks daalt. „Misschien kunnen we er maar beter wodka van stoken.”[https://www.nrc.nl/nieuws/2025/12/25/bij-aardappelboer-maarten-van-der-loo-blijven-bergen-piepers-liggen-zo-erg-is-het-nog-nooit-geweest-a4916132 www.nrc.nl (25 dec 2025)]

Etymologie

* Leenwoord uit het Russisch, in de betekenis van ‘Russische brandewijn’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1847

Vertalingen

Engelsvodka
Fransvodka
DuitsWodka
Spaansvodka
Turksvotka