woelen
Betekenis
werkwoord
- (inerg) onrustig bewegenHet zwak licht, dat het schip verlichtte, verspreidde eene akelige, maar grootsche tint over dat afgrijslijk toneel; men zou gezegd hebben dat het duivelen waren, die in den schoot der baaren woelden om de menschen te plaagen.Reize in de binnenlanden van Afrika, langs Kaap de Goede Hoop, volume 3 {{Aut|François Le Vaillant, Ned. vertaler: Jan David PasteurMentaal sterke mensen: .... Blijven niet woelen in het verleden;
- (intr) wroeten
- (ov) (landbouw) het loswerken van een vaste bodemlaag
Etymologie
* In de betekenis van ‘zich onrustig bewegen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1350
Vertalingen
Engelsdig, grub, spade
Spaanscavar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek