wolk
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈwɔlᵊk/
Wat is de betekenis van wolk?
wolk betekent: (meteorologie) samenhangende verzameling van merendeels zwevende waterdruppeltjes
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (meteorologie) samenhangende verzameling van merendeels zwevende waterdruppeltjes
- in de ruimte begrensde hoeveelheid (zichtbare) stoom, rook of damp
- (figuurlijk) in een ~ van: toonbeeld van blakende gezondheid (tegenwoordig m.n. gezegd van borelingen)
Voorbeelden van "wolk" in een zin
- Toen ik de gigantische muur inktzwarte wolken op me af zag komen barstte ik in tranen uit.
- We hadden enorm veel geluk omdat er die avond een volle maan scheen en er geen wolkje aan de lucht was.
- Toen ik hem opendeed, stikte ik bijna in de wolk kamfer die eruit opsteeg.
- ' Olive leunde achterover in de schommelstoel en blies een wolk blauwe rook uit.
Etymologie
*(erfwoord) via Middelnederlands "wolke" en Oudnederlands "wulko" / "wulkon", in de betekenis van ‘massa waterdruppels in atmosfeer’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901 Ontwikkeld uit (West-)Germaans *wulkan-, *wulko-, verwant aan "Wolke", ( "wolcan"), "wolcen", "wolken" en "wolkan".
Uitdrukkingen
- Er was geen wolkje aan de lucht — Er was geen enkele aanwijzing dat er iets ernstigs zou kunnen gebeuren
- Achter de wolken schijnt de zon — Een vervelende situatie heeft ook altijd wel iets goeds in zich/is maar tijdelijk
- Op een roze wolk zijn, zitten — zeer gelukkig of verliefd zijn.
- Een jongen als een wolk — Stoett-2603 [http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01 www.dbnl.org]
Vertalingen
Engelscloud
Fransnuage
DuitsWolke
Spaansnube
Italiaansnuvola, nube
Portugeesnuvem
Chinees雲, 云
Japans雲, くも
Arabischسحابة, غيمة
Turksbulut
Poolschmura, obłok
Zweedsmoln
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek