woonst

vrouwelijk (de)/wonst/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. woning
    De brandweerlieden van DeKalb County worden sinds 3 januari aanzien als helden in Decatur, een gemeente in de Amerikaanse staat Georgia. Ze konden toen enkele kinderen opvangen die door de ouders uit een brandend appartementsgebouw werden gegooid. Zelfs een pasgeboren baby werd zonder waarschuwing uit de woonst gegooid. de Standaard 16/jan./2018
    De woontorens vallen wel. ‘Eentje is al vervangen door nieuwbouw, een tweede is al bijna afgebroken en uit de derde moeten veel mensen nog verhuizen. Alle inwoners krijgen een nieuwe woonst.de Telegraaf MAANDAG 15 JANUARI 2018
  2. de wettelijke woonplaats van iemand

Etymologie

*van Middelnederlands """; op te vatten als (verkorting) van woonstede of als afgeleid van "woon"

Vertalingen

Engelsdwelling, house