worden

/ˈwɔrdə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. auxl (auxl) vormt de lijdende vorm
    "Ik word geslagen" is een lijdende zin.
    Door een klein raam werden we steeds fel verlicht door de bliksem.
  2. copl (copl) gaan zijn, zich ontwikkelen tot
    Hij wil piloot worden als hij groot is.
    Na veel passen en meten werd duidelijk dat we om en om op onze zij moesten gaan liggen.
    Dit zou toch niet mijn laatste nacht op aarde worden? Met zeven andere hikers zou ik de nacht in deze piepkleine ruimte van drie bij drie meter moeten doorbrengen.
  3. erga, financieel (erga), (financieel) gaan kosten
    Dat wordt dan zes euro tien, mevrouw!
  4. Verleden tijd is soms ook wierd.
    'Owienie alleen, de jongste, en wierd geen vogel, maar zat spraakloos,oud, verrunseld daar, en lustloos,...r 193-195 OsseoGuido Gezelle

Etymologie

*: вертеть

Uitdrukkingen

  • Als de ene hand de ander wast worden ze allebei schoon.wanneer je samenwerkt en elkaar helpt, is hetgeen gebeuren moet sneller gedaan
  • De soep wordt nooit zo heet gegeten als ze wordt opgediend.de uitvoer van erg strenge maatregelen valt in de praktijk erg mee; de woorden van iemand worden minder zwaar opgepakt dan dat ze uitgesproken zijn
  • Door schade en schande wordt men wijs.een mens leert het beste van z'n fouten
  • Door vragen wordt men wijs.door het stellen van vragen kun je veel te weten komen en veel kennis opdoen
  • Ergens heet noch koud van wordenzich nergens iets van aantrekken
  • Groen en geel voor de ogen wordenduizelen en/of erg van schrikken
  • Het beste paard van stal wordt overgeslagen.grappige uitspraak wanneer iemand overgeslagen wordt
  • Maak je maar boos, dan heb je twee keer werk, één keer om boos te worden, en één om niet meer boos te zijn.woede kost veel energie en lost niets op

Vertalingen

Engelswill be, be, get
Fransdevenir, être, devenir
Duitswerden, entstehen, werden
Spaansser, convenir, convertirse