worden
/ˈwɔrdə(n)/
Wat is de betekenis van worden?
worden betekent: (auxl) vormt de lijdende vorm
Betekenis
werkwoord
- (auxl) vormt de lijdende vorm
- (copl) gaan zijn, zich ontwikkelen tot
- (erga), (financieel) gaan kosten
- Verleden tijd is soms ook wierd.
Voorbeelden van "worden" in een zin
- "Ik word geslagen" is een lijdende zin.
- Door een klein raam werden we steeds fel verlicht door de bliksem.
- Hij wil piloot worden als hij groot is.
- Na veel passen en meten werd duidelijk dat we om en om op onze zij moesten gaan liggen.
- Dit zou toch niet mijn laatste nacht op aarde worden? Met zeven andere hikers zou ik de nacht in deze piepkleine ruimte van drie bij drie meter moeten doorbrengen.
Etymologie
*: вертеть
Uitdrukkingen
- Als de ene hand de ander wast worden ze allebei schoon. — wanneer je samenwerkt en elkaar helpt, is hetgeen gebeuren moet sneller gedaan
- De soep wordt nooit zo heet gegeten als ze wordt opgediend. — de uitvoer van erg strenge maatregelen valt in de praktijk erg mee; de woorden van iemand worden minder zwaar opgepakt dan dat ze uitgesproken zijn
- Door schade en schande wordt men wijs. — een mens leert het beste van z'n fouten
- Door vragen wordt men wijs. — door het stellen van vragen kun je veel te weten komen en veel kennis opdoen
- Ergens heet noch koud van worden — zich nergens iets van aantrekken
- Groen en geel voor de ogen worden — duizelen en/of erg van schrikken
- Het beste paard van stal wordt overgeslagen. — grappige uitspraak wanneer iemand overgeslagen wordt
- Maak je maar boos, dan heb je twee keer werk, één keer om boos te worden, en één om niet meer boos te zijn. — woede kost veel energie en lost niets op
Vertalingen
Engelswill be, be, get
Fransdevenir, être, devenir
Duitswerden, entstehen, werden
Spaansser, convenir, convertirse
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek