wreedheid
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- nietsontziendheid in het aandoen van leed aan anderenDe invallers gingen met grote wreedheid om met de overrompelde plaatselijke bevolking.Impulsiviteit, wreedheid en bruut machtsvertoon zijn het nieuwe normaal. Waar voorheen autocratische regimes in de periferie van de wereldpolitiek lippendienst bewezen aan de geloofsartikelen van de liberale democratie, die door het Westen werd uitgedragen, daar zijn de rollen nu omgedraaid.[https://www.nrc.nl/nieuws/2025/06/05/impulsiviteit-wreedheid-en-bruut-machtsvertoon-volgens-giuliano-da-empoli-is-dit-het-nieuwe-normaal-a4895983 www.nrc.nl (5 jun 2025)]
Etymologie
*Afgeleid van wreed .
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek