Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

zaadparel

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een kleine, onregelmatig gevormde parel die als bijproduct ontstaat tijdens het parelkweekproces.
    Ze heeft een rechte rug en om haar blonde haar, dat met veel zorg is gekapt, draagt ze een zwarte fluwelen band waarop zaadparels zijn genaaid.
    Nella staart naar de platliggende stralenkrans van zaadparels rond Agnes' hooghartige hoofd.