zaaier
mannelijk (de)/ˈzajər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (landbouw) persoon die het land inzaaitDe zaaier zaaide het hele land in.Naast de landingsbaan loopt een zaaier in de middagzon. Hij zaait nog met de hand uit een brede korf die voor zijn buik hangt.
Etymologie
* van zaaien
Vertalingen
Spaanssembrador
Russischсеятель
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek