zaaier

mannelijk (de)/ˈzajər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. landbouw (landbouw) persoon die het land inzaait
    De zaaier zaaide het hele land in.
    Naast de landingsbaan loopt een zaaier in de middagzon. Hij zaait nog met de hand uit een brede korf die voor zijn buik hangt.

Etymologie

* van zaaien

Vertalingen

Spaanssembrador
Russischсеятель