Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

zachor

/zɑˈxɔr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. als beginwoord van Ex. 20:8: verplichting tot het onderhouden van de sjabbatgeboden
  2. beginwoord, tevens naam van de perikoop Devariem 25:17-19

Etymologie

* Herkomst: Hebreeuws, letterlijk: 'gedenk'