zadeldaktoren

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een toren met een eenvoudige dakconstructie in de vorm van twee schuin tegen elkaar opstaande met pannen gedekte vlakken die samen wel wat op een zadel gelijken
    Romaanse kerken in bepaalde delen van Nederland hebben soms een zadeldaktoren.

Etymologie

*hier komt de etymologie van het woord-->