zakenvrouw

vrouwelijk (de)/ˈzakə(n)ˌvrɑu/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) een vrouwspersoon die zich richt op commerciële activiteiten
    De gewiekste zakenvrouw, van het jaar 2000, die de internetaanbieder naar de beurs bracht, moest opstappen omdat de beursgang een fiasco werd.