zakgeld
onzijdig (het)/ˈzɑkxɛlt/
Wat is de betekenis van zakgeld?
zakgeld betekent: een hoeveelheid geld die een jongere per week of maand van zijn of haar ouders ontvangt om vrij te besteden
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een hoeveelheid geld die een jongere per week of maand van zijn of haar ouders ontvangt om vrij te besteden
Voorbeelden van "zakgeld" in een zin
- Wanneer krijg ik eens wat meer zakgeld?
- En ik had al drie weken geen zakgeld gekregen. Ze werd natuurlijk meteen chagrijnig toen ik over geld begon.
- Ze was ook weer begonnen met zakgeld, ik kon zowel flipperen als twee keer per week naar de bioscoop gaan.
Vertalingen
Engelspocket money
Fransargent de poche
DuitsTaschengeld
Spaansdinero de bolsillo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek