zakgeld

onzijdig (het)/ˈzɑkxɛlt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een hoeveelheid geld die een jongere per week of maand van zijn of haar ouders ontvangt om vrij te besteden
    Wanneer krijg ik eens wat meer zakgeld?
    En ik had al drie weken geen zakgeld gekregen. Ze werd natuurlijk meteen chagrijnig toen ik over geld begon.
    Ze was ook weer begonnen met zakgeld, ik kon zowel flipperen als twee keer per week naar de bioscoop gaan.

Vertalingen

Engelspocket money
Fransargent de poche
DuitsTaschengeld
Spaansdinero de bolsillo