zakje

/ˈzɑkjʏ/

Wat is de betekenis van zakje?

zakje betekent: verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord zak

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. woorden met boekreferenties verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord zak

Voorbeelden van "zakje" in een zin

  • In de rugzak zijn fotocamera, een thermosfles met kruidenthee, een zakje beukennootjes en vogelmuur: een plant met reinigende werking die heerlijk smaakt in salades en soepen.
  • Er zit ook een minuscuul zakje met schijfjes bij.

Betekenis en uitleg van zakje

Een zakje is een klein, vaak flexibel verpakkingsmateriaal dat gebruikt wordt om spullen in op te bergen of te vervoeren. Denk aan plastic, papier of stof; het is handig voor zowel boodschappen als knutselmateriaal.

Je gebruikt het woord 'zakje' in situaties waarin je het hebt over een klein pakketje of een tasje dat iets bevat. Het kan variëren van een zakje snoep tot een zakje voor groenten bij de supermarkt. De term roept vaak een gevoel van eenvoud en praktische bruikbaarheid op, ideaal voor alledaagse benodigdheden.

Voorbeelden

  • Ze stopte haar sleutels in een klein zakje om te voorkomen dat ze krassen op haar telefoon zou maken.
  • Tijdens de picknick had hij een zakje met chips meegenomen, perfect voor een snelle snack.
  • In de winkel kocht ze een zakje met zaadjes om in haar tuin te planten.

Woordoorsprong

Het woord 'zakje' is afgeleid van het Nederlandse woord 'zak', dat verwijst naar een groter, vaak gesloten gebruiksvoorwerp voor het dragen van spullen. Het achtervoegsel '-je' geeft aan dat het om een kleinere variant gaat.

Veelgestelde vragen over zakje

Wat is de betekenis van zakje?

zakje betekent: verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord zak

Hoe gebruik je zakje in een zin?

Voorbeeld: “In de rugzak zijn fotocamera, een thermosfles met kruidenthee, een zakje beukennootjes en vogelmuur: een plant met reinigende werking die heerlijk smaakt in salades en soepen.

Vertalingen

Spaansbolsita