Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

zakloop

mannelijk (de)/ˈzɑklop/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wedstrijd waarbij deelnemers een bepaald traject zo snel mogelijk moeten afleggen met hun benen en voeten in een zak
    Hier zien we hoe prins Philip, koningin Elizabeth en prins Charles lachen terwijl ze de kandidaten van een zakloop in Braemar, Schotland, aanmoedigen.

Etymologie

* van zaklopen, ook op te vatten als