zalf

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈzɑlᵊf/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. farmacologie (farmacologie) smeerbare massa om op de huid aan te brengen verkrijgbaar bij drogisterij of apotheek
  2. welriekend olieachtig smeersel, gebruikt bij plechtigheden

Etymologie

* In de betekenis van ‘smeersel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1100

Vertalingen

Engelssalve
Franspommade
DuitsSalbe
Spaanspomada, ungüento
Deenssalve