zalf
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈzɑlᵊf/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (farmacologie) smeerbare massa om op de huid aan te brengen verkrijgbaar bij drogisterij of apotheek
- welriekend olieachtig smeersel, gebruikt bij plechtigheden
Etymologie
* In de betekenis van ‘smeersel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1100
Vertalingen
Engelssalve
Franspommade
DuitsSalbe
Spaanspomada, ungüento
Deenssalve
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek