zand
onzijdig (het)/zɑnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (geologie) losse massa die bestaat uit miljoenen stukjes steen, schelpen [1], kwarts en glimmer [1]Ze lag lekker in het zand te zonnen.Blijkbaar werkte mijn actie wel, dus ik schopte nogmaals wat zand waardoor de ratelslang sierlijk de struiken ingleed. Ik wachtte een paar minuten tot de kust echt veilig was.
Etymologie
:: sémti
Uitdrukkingen
- Zand er over — Stoett-2135 [http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01 www.dbnl.org]
- Als los zand aan elkaar hangen — zaken die niets met elkaar te maken hebben die samengebracht worden
- Iemand zand in de ogen strooien ( of werpen) — iemand bedriegen, misleiden
- In het zand bijten — tegenstand verduren
- Op zand ( of op een zandgrond) bouwen — Stoett-2627 [http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01 www.dbnl.org]
Vertalingen
Engelssand
Franssable
DuitsSand
Spaansarena
Italiaanssabbia
Portugeesareia
Russischпесок
Chinees沙
Japans砂
Koreaans모래
Arabischرمل
Turkskum
Poolspiasek
Zweedssand
Deenssand
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek