Zander
mannelijk (de)/ΛzΙndΙr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (straalvinnigen) (verouderd) benaming voor de zoetwatervis , een roofvis die ook in de Benelux voorkomt
Etymologie
*van "Zander", vermoedelijk cognaat met zand
Vertalingen
EngelsZander
Franssandre
DuitsZander
Italiaansluccioperca
RussischΠ‘ΡΠ΄Π°ΠΊ
Poolssandarz
ZweedsgΓΆs
Deenssandart
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek