zangster
vrouwelijk (de)/ˈzɑŋstər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (persoon) (verouderd) vrouw die zingt (ook in figuurlijke betekenissen)Gij, die bij 't voorgeslacht, in Wodans heilge dreven,Den fieren Bardenzang, met klem hebt aangeheven,Verhef u, zangster! dat elks boezem blaak' en gloeij',En met meer veerkracht 't bloed door Hollandsche aadren vloeij'!
Etymologie
*van Middelnederlands "sangster", op te vatten als afgeleid van "zang"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek