zavel
/zavəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- grondsoort die merendeels uit zand bestaat met tussen 8 en 25% kleideeltjesBloembollen kunnen op zavel geteeld worden.
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘grondsoort’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1345
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek