zeboe

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. evenhoevigen (evenhoevigen) een zoogdier uit de familie van de holhoornigen (Bovidae) dat voornamelijk in gebieden met een tropisch en subtropisch klimaat in Zuid-Azië en Afrika wordt gehouden. Het dier wordt gekarakteriseerd door de grote bult achter de nek
    Een zeboe heeft meer zweetklieren dan een Europees rund.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘herkauwer’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1770

Vertalingen

Engelszebu
DuitsZebu, Buckelrind