zedenles
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈzedə(n)ˌlɛs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- betoog of preek die het publiek tot meer behoorlijke opvattingen of gedrag moet brengenIk ben die zedenlessen van haar mee dan beu.
- (letterkunde) verhaal of toneelstuk met een moralistische strekking
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek