zedenpreek

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een vermanende toespraak -al dan niet van de kansel- over welk gedrag ten aanzien van met name de seksualiteit onaanvaardbaar is
    Zij vond de eindeloze zedenpreken van haar grootmoeder moeilijk te verduren.

Etymologie

*hier komt de etymologie van het woord-->