zee-eend

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈzeʔent/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. eendvogels (eendvogels) grote zwarte zwemvogel, onderfamilie van de eend, gans, zwaan, die leeft aan de kusten en op zee

Etymologie

*, geschreven met een koppelteken volgens

Vertalingen

Engelsscoter
Fransmacreuse
Spaansnegreta
Russischтурпан, лысуха