zee-eend
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈzeʔent/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (eendvogels) grote zwarte zwemvogel, onderfamilie van de eend, gans, zwaan, die leeft aan de kusten en op zee
Etymologie
*, geschreven met een koppelteken volgens
Vertalingen
Engelsscoter
Fransmacreuse
Spaansnegreta
Russischтурпан, лысуха
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek