Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
zeefplaat
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈzefplat/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- structuur op het achterlijf van een aantal spinnen die deze in staat stelt zeer fijne draadjes te produceren
- horizontaal, geperforeerd tussenschot in de zeefvaten (zie ook floëem, zeefcel)
- (techniek) zeef in de vorm van een plaatVóór de zeefplaat is een inlaat voor de pulp en een uitlaat voor de plastics aangebracht
- (anatomie) lamina cribrosa van het zeefbeen waar de fila olfactoria (reukdraden) doorheen lopen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek