zeekat

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈzekɑt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. koppotigen (koppotigen) benaming voor tienarmige inktvissen uit de orde
  2. pregnant (pregnant)
    Mijn dochter vond die zeekat maar eng.
  3. kraakbeenvissen (kraakbeenvissen) benaming voor vissen uit de onderklasse
    Is dat dier een zeekat?
  4. scheepvaart, militair (scheepvaart) (militair) bepaald type marineschip
    Kijk, daar vaart een zeekat.