zeelieden
meervoud/ˈzelidə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een groep van personen die voor hun beroep de zee bevarenDe zeelieden hadden de zeilen gehesen.Bari, een machtige havenstad, riep hem al gauw uit tot 'redder op zee'. En de Noormannen, die Bari in bezit hadden, brachten hun verering voor de 'schutspatroon aller zeelieden over naar Noord-Europa.
Vertalingen
Engelsseamen, sailors
Fransmarins
DuitsSeeleute
Spaansmarinos, marineros
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek