zeem
onzijdig (het)/zem/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (m) en (n) een stuk zeemleer waarmee men een glazen ruit droog kan wrijven.Ik zal die zeem even uitwringen.
- (n) zeemleer, leer gemaakt van gemzenhuid.Zeem heeft heel handige eigenschappen voor huishouders.
- (West-Vlaams) honing
Etymologie
* In de betekenis van ‘honing’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Vertalingen
Engelsshammy, shammy, chamois
Franspeau de chamois, chamois
DuitsFensterleder, Waschleder
Spaansgamuza, piel de gamuza
Zweedssämskskinn, sämskskinn
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek