zeem

onzijdig (het)/zem/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (m) en (n) een stuk zeemleer waarmee men een glazen ruit droog kan wrijven.
    Ik zal die zeem even uitwringen.
  2. (n) zeemleer, leer gemaakt van gemzenhuid.
    Zeem heeft heel handige eigenschappen voor huishouders.
  3. (West-Vlaams) honing

Etymologie

* In de betekenis van ‘honing’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240

Vertalingen

Engelsshammy, shammy, chamois
Franspeau de chamois, chamois
DuitsFensterleder, Waschleder
Spaansgamuza, piel de gamuza
Zweedssämskskinn, sämskskinn