zeeprik
mannelijk (de)/ˈzeprɪk/
Wat is de betekenis van zeeprik?
zeeprik betekent: (kaaklozen) bepaald soort langerekte parasitaire vis, , die voorkomt in de Atlantische Oceaan
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kaaklozen) bepaald soort langerekte parasitaire vis, , die voorkomt in de Atlantische Oceaan
Voorbeelden van "zeeprik" in een zin
- De Amerikaanse wetenschappers keken met een microscoop naar de buik van de zeeprik, een lampreisoort die in de Atlantische oceaan voorkomt.
- ‘Oke biologietwitter, wat is dit in ’s hemelsnaam?’, met die woorden postte Preeti Desai enkele foto’s van een aangespoelde visachtige op het strand in Texas. Ogen had het dier ogenschijnlijk niet, maar wel een bek vol scherpe tanden. ‘Ik dacht eerst dat het een zeeprik was, maar toen ik die tanden bekeek, wist ik dat dat niet kon.’
Veelgestelde vragen over zeeprik
Wat is de betekenis van zeeprik?
zeeprik betekent: (kaaklozen) bepaald soort langerekte parasitaire vis, , die voorkomt in de Atlantische Oceaan
Welk woordgeslacht heeft zeeprik?
zeeprik is een mannelijk (de).
Wat zijn synoniemen van zeeprik?
Synoniemen van zeeprik zijn: zeelamprei.
Hoe gebruik je zeeprik in een zin?
Voorbeeld: “De Amerikaanse wetenschappers keken met een microscoop naar de buik van de zeeprik, een lampreisoort die in de Atlantische oceaan voorkomt.”
Vertalingen
Engelssea lamprey
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek