zeeschuim

onzijdig (het)/ˈzesxœym/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. luchtige massa die bij heftige beweging van golven in zeewater ontstaat
    Op het strand ligt na een storm vaak een flinke hoeveelheid zeeschuim.
  2. figuurlijk , (figuurlijk) inwendige schelp van een zeekat (een tienarmige inktvis), die onder meer op het Noordzeestrand wordt aangetroffen en die enige gelijkenis vertoond met een vlok (1)
    Een stuk zeeschuim wordt soms gebruikt als bron van kalk in vogelkooien.
  3. bloemplanten (bloemplanten) bepaald soort plantje dat wel gebruikt wordt als miniatuurboompje bij modelspoorbanen, uit de amarantenfamilie

Vertalingen

Engelssea foam, spume, cuttlebone
Fransmousse de mer, os de seiche, sépion
DuitsGischt, Schulp, Phragmokon
Spaansespuma de mar