zeezwaluw
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈzezwalyw/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (steltloperachtigen) benaming voor slanke meeuwachtige zeevogels met gevorkte staart uit de familieHij stond naar de neerduikende zeezwaluwen te kijken.
- (buikpotigen) bepaald soort in zee levende naaktslak,
Etymologie
**[1] vanwege de leefwijze bij de zee en de gevorkte staart
Vertalingen
Engelstern
DuitsSeeschwalbe
Spaansgolondrina de mar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek