Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

zegelkost

mannelijk (de)/ˈzeɣəlˌkɔst/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vergoeding voor een overheidsdienst waarbij officiële zegels worden gebruikt als betalingsbewijs
    Zo bracht het verarmde en door werkloosheid geteisterde Oostenrijkse dorpje Wörgl in 1932 zelfgedrukt lokaal geld uit. Om die lokale biljetten geldig te houden, moesten de bezitters wekelijks een goedkoop zegeltje op de bankbriefjes kleven. Iemand die een Wörgl-schilling kreeg, gaf hem dan ook snel weer uit om niet voor die zegelkost op te draaien. Rente werd er niet geëist, want iedereen was blij om zijn geld te kunnen uitlenen om later hetzelfde bedrag, zonder zegelkost, terug te krijgen.