zeiden

/ˈzɛi̯dən/

Wat is de betekenis van zeiden?

zeiden betekent: meervoud verleden tijd van zeggen

Betekenis

werkwoord
  1. woorden met boekreferenties meervoud verleden tijd van zeggen

Voorbeelden van "zeiden" in een zin

  • Wij zeiden.
  • Jullie zeiden.

Betekenis en uitleg van zeiden

Het woord 'zeiden' is de verleden tijd van het werkwoord 'zeggen'. Het wordt gebruikt om aan te geven wat iemand in het verleden heeft gezegd, vaak om een gesprek of gedachtegang te beschrijven.

'Zeiden' wordt vaak gebruikt in verhalen en gesprekken om terug te verwijzen naar uitspraken van personen. Het is een vorm die je tegenkomt in zowel formele als informele contexten, en het helpt om duidelijk te maken wie iets heeft gezegd zonder telkens de directe spraak te herhalen. Dit woord kan ook een bepaalde nuance van afstand of reflectie met zich meebrengen, omdat het gebeurtenissen uit het verleden beschrijft.

Voorbeelden

  • De kinderen zeiden dat ze graag naar het park wilden gaan.
  • Tijdens de vergadering zeiden de teamleden dat ze meer tijd nodig hadden voor het project.
  • In haar boek zeiden de personages vaak dingen die raakten aan de kern van de zaak.

Woordoorsprong

Het woord 'zeiden' is afgeleid van het Oudnederlands 'sagan', dat ook het idee van spreken of vertellen omvat. Het heeft zijn wortels in het Germaanse taalgebied.

Veelgestelde vragen over zeiden

Wat is de betekenis van zeiden?

zeiden betekent: meervoud verleden tijd van zeggen

Hoe gebruik je zeiden in een zin?

Voorbeeld: “Wij zeiden.