Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

zelfloosheid

vrouwelijk (de)/ˌzɛlᵊfˈloshɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. houding waarin je niet denkt aan je eigen voorkeuren en belangen
    Zij slaagt erin door een bestendige poging om ‘heilig’ te worden: vrijwillige armoede, lijden, volkomen zelfloosheid. Dit realiseert ze met alles-offerende liefde.

Etymologie

*afgeleid van "zelfloos"