Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
zelfloosheid
vrouwelijk (de)/ˌzɛlᵊfˈloshɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- houding waarin je niet denkt aan je eigen voorkeuren en belangenZij slaagt erin door een bestendige poging om ‘heilig’ te worden: vrijwillige armoede, lijden, volkomen zelfloosheid. Dit realiseert ze met alles-offerende liefde.
Etymologie
*afgeleid van "zelfloos"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek