Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

zelflozer

mannelijk (de)/ˈzɛlᵊfˌlozər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheepvaart (scheepvaart) opening in de romp van een boot waardoor binnengestroomd water weer wordt weggezogen als de boot vaart maakt en die zichzelf daarna weer als een ventiel afsluit, zodat er geen water door naar binnen kan stromen
    Als deze zelflozer op een laag punt in de boot, of bij voorkeur zelfs aan weerszijden in de romp gemonteerd wordt, zal het langsstromende water de boot (na openen van de zelflozer) leeg zuigen.

Etymologie

*: zelfloos