Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

zendo

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. boeddhistische meditatieruimte
    En toen was daar die laatste dag, nummer 100. Na het parachutespringen keerde de groep terug in de zendo. Zittend op hun meditatiekussens lazen ze ieder hun brieven voor waarin ze de krijgers in zichzelf verwelkomen. JΓΈrgen had met Atalwin afgesproken dat hij als laatste aan de beurt zou zijn.

Etymologie

* uit het Japans